1. Home
  2. Onze school
  3. Missie & visie
  4. Uitgangspunten

Uitgangspunten

In ons dagelijks werk streven we ernaar om onze missie en visie te realiseren. Een aantal uitgangspunten ligt aan dit streven ten grondslag. We gaan uit van drie prominente behoeftes, die bij ieder individu aanwezig zijn, dan wel ontwikkeld dienen te worden.

 

Behoefte aan autonomie:        “Ik kan het zelf

Dit houdt in dat:

  • leerlingen meer verantwoording krijgen en leerkrachten meer als begeleider aan het ontwikkelingsproces werken;
  • binnen de groep de leerstof gedifferentieerd wordt aangeboden. Dit betekent, dat niet alle leerlingen op hetzelfde moment hetzelfde werk doen;
  • leerlingen zichzelf kunnen ontwikkelen binnen een duidelijk vastgesteld kader;
  • het onderwijs aansluit bij de mogelijkheden en onmogelijkheden van het kind.

 

Behoefte aan competentie:       “Ik weet, dat ik het kan

Dit houdt in dat:

  • we uit gaan van de kwaliteiten van ieder kind. We nemen de sterke punten als uitgangspunt voor de ontwikkeling van het kind. Dit houdt in dat we variëren in tijd, leerstofaanbod, leerstofmiddelen en didactische werkvormen. Hierdoor kunnen succeservaringen opgedaan worden, waardoor het kind zich prettig voelt en zal presteren naar zijn/haar mogelijkheden;
  • een veilige leeromgeving als basis voor het handelen van de leerkrachten én een goede leeromgeving dient. Kinderen weten dat fouten maken mag, daarvoor ben je op school;
  • er sprake moet zijn van een uitnodigende leersituatie. Door de leerkracht en in de groep/ het lokaal worden kinderen inspirerend geprikkeld;
  • we leerlingen motiveren om op hun eigen niveau met uitdagende opdrachten aan de slag te gaan. Dit kan bevorderd worden door te differentiëren.
  • teamleden open staan voor elkaar, willen leren van elkaar en elkaar stimuleren in hun eigen ontwikkeling.

 

Behoefte aan relatie:                 “Ik doe het niet alleen”

Dit houdt in dat:

  • alle kinderen het gevoel hebben dat ze er toe doen en zich prettig voelen in de klas;
  • de kinderen zich veilig voelen op school. Structuur en transparantie zijn daarbij erg belangrijk;
  • het samenwerken wordt bevorderd. Niet alleen het resultaat beoordelen, maar ook het samenwerken op zich. Een taak wordt in overleg met het kind gemaakt;
  • de leerkracht met een “positieve bril” naar de kinderen kijkt;
  • de leerkracht de kinderen vertrouwen geeft;
  • het verwachtingspatroon van de leerkracht t.o.v. de leerling hoog is, maar reëel;
  • ouders worden betrokken bij de school;
  • de relatie leerkracht- leerkracht onderbouwd wordt door het geven van feedback (zowel op goede als verbeterpunten, zowel op didactisch als pedagogisch gebied)
  • er aandacht is voor elkaars omstandigheden.
  • positieve resultaten worden gevierd!